Regelmatig krijgen we van ouders of kinderen de vraag of er thuis geoefend kan worden met spelling. Hieronder vindt u per groep de afsprakenkaarten en een beschrijving hoe er thuis geoefend kan worden.

De activiteiten thuis kunnen gebeuren volgens de aanpak: ‘lees – leg uit – schrijf – bedenk meer’. Deze aanpak is als volgt:

Lees
De leerling leest de eerste set woorden van de week. Deze staat rechtsboven op iedere uitlegkaart.

Leg uit
Het kind schrijft het eerste woord van de week op en kleurt het spellingprobleem dat aan de orde is in dit woord. Vervolgens legt het kind uit waarom het woord zo geschreven wordt. In feite vertelt het kind in het kort en in eigen woorden wat op de uitlegkaart vermeld staat. Slaagt de leerling hier niet in, dan kan de ouder op basis van de tekst op de uitlegkaart aanvullen.

Schrijf
Het kind maakt een zelfdictee. Het bedekt de woorden van de week die rechtsboven op de uitlegkaart staan. Ieder woord wordt vervolgens kort bekeken en meteen daarna weer afgedekt. Daarna wordt het opgeschreven. Ditzelfde gebeurt ook met de overige woorden. Afsluitend worden de opgeschreven woorden gecontroleerd.

Bedenk meer
Het is nu voor het kind duidelijk wat het spellingprobleem is en hoe het geschreven moet worden en waarom. Nu is, tot slot, het moment aangebroken om meer woorden te bedenken die hetzelfde probleem in zich hebben en deze op te schrijven. Dit kan op een blaadje of in een schrift.